Eerlijk


Hoe gaat het, vroeg ze.
Goed, loog ik. Het had geen zin om de waarheid te vertellen, geen enkele zin. 
En met jou, vroeg ik. Hij haalde zijn schouders op. Om de beurt gaven we dit gesprek een zwengel, om stagnatie te voorkomen. We wilden allebei niet echt praten, maar voelden ons op de een of andere manier gedwongen door de ander. En we voelden beide hetzelfde. We wilden het elkaar vertellen, maar wachtten allebei tot de ander begon, tot iemand zei, zeg moet je eens horen...
Alleen niemand zei, zeg moet je eens horen. Onze woorden bleven ingeslikt, veilig schuilend achter de tong, die voorkwam dat wij ons zelf of elkaar pijn zouden doen, met uit woorden gemaakte messen die ons tussen onze ribben zouden steken.
Eerlijkheid duurt echt niet altijd het langst. Eerlijkheid kan het einde betekenen.
Het einde van alles wat je zo lief had.